vachtverzorging
cavaliers hebben een zg. gecombineerde vacht met gedeeltelijke ondervacht. De vacht bestaat dus uit een korter gedeelte op de rug en langere haren aan de poten, oren, buik en broek (vlaggen en behang genoemd). Meestal hebben ze een enkele vacht op hun rug en over de rest van het lichaam hebben ze een ondervacht. Deze ondervacht komt 2x per jaar in de rui. Op deze momenten wordt de vacht dof, dit is het eerst te zien op de flanken, en moet dan zeer grondig uitgeborsteld en uitgekamd worden. Dit is een langdurig werkje waar een ervaren hondenkapster toch wel enkele uren mee bezig is, maar dat u net zo goed zelf kunt, mits u het geduld hiervoor op kunt brengen. Het is belangrijk om al de ruiharen er op een zo kort mogelijke termijn uit te kammen, hooguit op enkele dagen, omdat de levensduur van een hondenhaar op zijn hele lichaam dezelfde is. Als u de ruihaar er op 1 dag uit kunt borstelen betekend dit dus dat alle haren over een half jaar samen in de rui komen waardoor u niet veel last hebt van haaroverlast. Tussen de ruiperiodes in heeft de vacht niet veel onderhoud nodig. Enkele plaatsen op het lichaam moet u tussentijds klitvrij houden. Deze plaatsen zijn de fringles rond de oren, onder oksels en liezen en aan de achterkant van de achterpoten, eventueel ook de staart. Hier moet regelmatig geborsteld of gekamd worden, probeer tussen de ruiperiodes in wel uitsluitend de bovenvacht te borstelen en niet tot in de ondervacht te borstelen of kammen.
Om de ondervacht uit te borstelen moet de vacht laag voor laag grondig geborsteld worden met een rechte pinnenborstel (géén universeel borstel met kromme ijzeren pennetjes) hierna moet de vacht laag per laag uitgekamd worden met een grof getande kam, en hierna nogmaals met een fijngetande kam om de laatste haren uit te kammen. Zorg hierbij dat u gemakkelijk kunt werken en dat uw hond niet constant weg loopt. U kunt uw hond bv op een tafel zetten met een riem rond buik en hals die u aan het plafond bevestigd. Houdt er bij castratie of sterilisatie rekening mee dat uw hond een zg. castratievacht kan krijgen. Dit is een vacht waarbij de onderwol “op hol” slaat en langer wordt dan de bovenvacht, u krijgt dan een hond met een wollige, pluizige vacht te zien.
Als u vindt dat de vacht van de hond op sommige plaatsen te lang wordt (bv op de achterpoten of oren) laat deze dan NOOIT knippen of scheren, maar laat deze dan uitplukken bij een goede hondentrimmer die verstand heeft van hondenvachten. Vraag hoe ze de vacht van de hond gaat behandelen, wat ze van plan is te gaan doen. Nog te vaak komen honden bij de hondentrimmer vandaan waar ze een behandeling hebben gekregen die niet overeenstemt met hun vacht. Tenslotte is het vak van hondentrimmer geen beschermd beroep en wordt er veel te vaak naar schaar of scheermachine gegrepen.
Heeft uw hond toch een erg vaste klit, die u niet uitgeplozen krijgt met uw vingers, neem dan een schaar met een scherpe punt, zet de punt tussen huid en klit en knip zo, naar buiten toe, de klit enkele keren door. Op deze manier beschadigd u de vacht minimaal en kunt u de klit gemakkelijk uitpluizen met uw vingers en daarna verder uitkammen.
wassen
Probeer uw hond zo weinig mogelijk te wassen, als het toch nodig is doe het dan met een milde honden- of puppyshampoo. Borstel wel altijd uw hond goed uit VOOR het wassen, klitten in de vacht krijgt u na het wassen en drogen vrijwel niet meer uitgeborsteld.